The belly rules the mind. ~ Spanish Proverb

dinsdag 21 februari 2012

Ik eet een...

Kaki!
Zacht,zoet, stevig, een soort kruising tussen een Charentaismeloen en een mango. Met intens oranje vruchtvlees en een wat dor aanvoelend kroontje. Zijn zusje heet Sharon, een lief meisje, stralend licht van binnen, maar met dezelfde stevige wangen als haar broer.
Het is een nogal schuchtere familie, ze komen maar een paar maanden per jaar buiten, gek genoeg alleen in het najaar. Maar dan doen ze het ook meteen goed, want voor je het weet zijn ze weer weg, overwinteren in warmere oorden.
De familie Kaki en ik ontmoetten elkaar tijdens het ontbijt bij een bakkerij waar het brood verkopen nog op rijm gebeurt. Op het bordje met fruit lag eens niet de obligate mix van te harde meloen, te draderige mandarijn, te slappe druiven, te bruine appel of te smoezelige banaan, maar een mooi waaiertje feloranje plakjes van een vrucht die ik niet kende. Een kleine proefronde verraste me, ik verwachtte een soort meloen, maar kreeg iets anders, iets nieuws, iets interessants. Vol enthousiasme sprak ik de bakker zelf aan. Hij keek me aan met een mengeling van norsheid en verveling, waarom kon dat mens nou niet gewoon dat fruit opeten en verder geen vragen stellen?
Toch moet er iets zijn geweest wat hem ertoe zette - was het mijn aanstekelijke opgetogenheid of was hij geroerd door de grote ogen van onze kleine viking? - om terug naar de keuken te gaan, te verschijnen met een soort appeltje van oranje en me kort(af) uit de doeken te doen wat ik nu eigenlijk aan het eten was.
De weken erop zag ik ze in de koelcel van de supermarkt rillen in hun dunne exotische velletje (foei, denk om de ecologische voetafdruk!). Natuurlijk nam ik er dan een paar mee naar huis om lekker knus op de fruitschaal op te warmen, ik ben geen onmens, voordat ze in mijn yoghurt verdwenen. Ik verheug me al weer op de nieuwe lichting Kaki, om te laten proeven aan mijn kleine viking, om er ijs van te maken en allerlei lekkere dingen mee uit te proberen.

maandag 17 oktober 2011

zondag 26 juni 2011

Het betere Belgische plakwerk

Iedereen kan zich de reclame nog wel voor de geest halen. Een scène uit een spaghettiwestern, type The Good, The Bad and The Ugly: broeierige warmte, mannen met stoffige laarzen met blinkende sporen op bezwete paarden, vuige blikken, schorpioenen die door het zand wegschieten en een galg. Waaraan een versleten touw met een verrassend solide uitziende knoop bungelt. Gieren cirkelend door de lucht, geduldig rondzwevend totdat zij zich te goed kunnen doen aan de vals uitziende bandiet die het duidelijk niet lang meer zal maken. Lijkt het… Maar dan volgt de geniale ontsnapping, een snoepje waar hij zo lang mee doet dat de bewakers in slaap vallen, en hij op zijn gemak weg kan wandelen. Tough luck, gieren!
Het voortbestaan van dit snoepje, in zijn diepbruine papiertje met goud/bruine wikkel en witte olifant, wordt nu zelf bedreigd. Voor sommige mensen is dit misschien niet wereldschokkend, maar ik trok toch wel even bleek weg toen ik de krantenkop las. Hoewel er veel mensen walgen bij de gedachte aan de chocolade-karamel, die tussen je tanden blijft zitten zodat je er inderdaad nog uren plezier van hebt, is alleen wat plakkerigheid toch geen reden om de productie dan maar naar het Oostblok te verplaatsen? Of wil men hiermee de aan elkaar geplakte kaken van de Belgen weer aan het praten krijgen en de Oostblokkers tot stilte manen? Misschien komt er dan eindelijk een einde al dat jaknikken en neeschudden?
Maar wie garandeert me dat de kwaliteit van mijn snoepje hetzelfde blijft? Voor hetzelfde geld (reken trouwens maar!) wordt de heerlijk krokante pure chocoladelaag langzaam maar zeker vervangen door een slap aftreksel van melkpoeder, suiker, water en cacao; een soort Spreewald Kakaophantasie. En niet langer een stevige, taaie vulling, maar een vloeibare teleurstelling, zoals bij zo’n smerig citroenzuurtje waarvan de vulling zich ineens plakkerig over je tong verspreidt.
Het personeel maakt zich ook al grote zorgen, want ook de Bouchées en de Mignonettes moeten eraan geloven. Voortaan dus gewoon maar Petit Beurre bij de koffie voor het bezoek of zelfgemaakte kleffe broodpudding van restjes supermarktbrood? En wat moeten al die secretaresses op het werk dan, als ze niet af en toe stiekem in de Board Room een pure Mignonette kunnen snaaien om de zoveelste boertige email de baas te kunnen? En al die bandieten met hun laatste wens eindigen nu zeker aan de galg.
Medewerkers van Kraft Foods, laat jullie vastketenen aan de hekken met grote slierten karamel en toffee, waar ook de tanden van de politietangen nog uren plezier van zullen hebben. Ook hier gaat de buit de gieren mooi de neus voorbij, want het betere Belgische chocoladeplakwerk, daar kan niemand tegenop!

zondag 19 juni 2011

Huiselijk geluk

Zelfgebakken olijfbrood en kerstomaatjes van de plant op het terras.

vrijdag 3 juni 2011

Sneak Peak

...in de oven, what's cooking? Let niet op de vieze ruit...

dinsdag 31 mei 2011

Zomaar een vrijdagavond

Een vrijdagavond in de lente, zo'n zonovergoten avond, net te fris om buiten te eten, maar toch zo mooi dat je wel naar buiten moet. Het is bijna sterker dan jezelf, de behoefte om te flaneren, de deur achter je dicht te trekken en jezelf spontaan te trakteren op een lui avondje in een restaurantje waar de obers alles doen om het je naar de zin te maken terwijl jij alleen maar hoeft te genieten.
Daar hadden wij afgelopen vrijdagavond ontzettend veel zin in. Ik had al een restaurantje op het oog, met de fraaie, uitnodigende naam Il Fiore, bij ons om de hoek, dus geen gedoe met parkeren of nog erger, fietsen over hobbelige straten. Rond een uur of 19:00 stappen we het restaurantje binnen, een paar tafeltjes zijn bezet, de rest staat leeg, met nog maagdelijk witte tafelkleden en blinkend bestek. Uit beleefdheid vragen we toch maar even of er plek voor twee is. Plek zat, maar zomaar ergens gaan zitten is nu ook weer zo wat. Bovendien, de eigenaar verspert ons al meteen de weg.
Met mijn vriendelijkste glimlach vraag ik of er plek is voor twee, maar dat we niet gereserveerd hebben. Het antwoord lijkt me overduidelijk, maar tot mijn stomme verbazing zegt hij: 'Nee, mevrouw, alles is bezet, de mensen komen allemaal zo.' Eerst denk ik dat hij een grapje maakt, niemand te zien in de verre omtrek en meer dan twee derde van de tafeltjes is nog leeg. Bijna wil ik gaan lachen, maar hij is blijkbaar bloedserieus. Zonder pardon worden we weggestuurd, er kan niet eens een excuus of een groet af.
Ik ontplof bijna; kun je in de Kempen nu ook al niet spontaan besluiten om op een vrijdagavond uit eten te gaan? Moet je zelfs hier reserveren? Dat kon me in Antwerpen al zo verschrikkelijk kwaad maken. Op zaterdag spontaan naar de Dageraadplaats gaan en een restaurantje binnenlopen was onmogelijk als je niet had gereserveerd. Van de gekken, moet je dan altijd een week (of meer) van tevoren bedenken dat je op zaterdagavond spontaan wel eens zin zou kunnen hebben om uit eten te gaan? Waarom houden restaurants daar geen rekening mee en reserveren ze geen tafels voor mensen die niet gereserveerd hebben? Snappen ze niet dat dit mensen boos maakt? Hongerige mensen afschepen, niet zo'n goed idee, wel? Een van de meest bekende Marokkaanse restaurants spande hierbij de kroon: als je drie weken van tevoren belde, was er nóg geen plaats. Zelfs Wagamama flikte het ons een keer: er waren nog zes plaatsen over, maar we mochten er niet zitten, want 'er zou wel eens een groep van zes mensen kunnen komen.' Wil je nú geld verdienen of heel misschien straks?
Zoiets kan grandioos mijn avond verpesten, en dus ook die van Lief die eerst mijn verontwaardigde getier en later mijn verongelijkte gemopper moet aanhoren. Het liefst maak ik dan rechtsomkeert naar huis om daar alsnog iets in elkaar te prutsen. Laat die restaurateurs de hip krijgen met hun arrogante gedrag! Sommigen laten hun bezoekers zelfs in shiften eten, zodat zij twee services op een avond kunnen draaien, hoezo financiële crisis?
Gelukkig ging het afgelopen vrijdagavond anders. Mopperend en foeterend liep ik achter Lief aan, de winkelstraat door, het immer bruisende marktplein op. Lief en ik zijn allebei uit principe niet geneigd om bij een restaurant op een markt te gaan zitten, maar we konden het misschien proberen in de Kerkstraat, bij het Mezze-Café? Even naar binnen gluren, ook daar is het enorm druk, en waar zit die ingang eigenlijk? En hebben ze wel zwanger-vriendelijke mezze? Nog steeds chagrijnig stuur ik Lief naar binnen om het - ongetwijfeld - slechte nieuws te vernemen. Ofwel is er geen plek, ofwel hebben ze alleen gevarenvoedsel ófwel allebei. Ondertussen blijf ik buiten wachten, me in gedachten al voorbereidend op Cup-a-Soup en afbakbroodjes met knakworst thuis.
Als Lief naar buiten komt, sta ik al in de houding om uit te varen, maar hij blijkt de kaart van het restaurantje bij zich te hebben, zodat ik kan kijken of er dingen zijn die ik niet kan eten. Er is namelijk plek, quelle surprise! We zullen wel een beetje door moeten eten, het is maar tot 20:00, maar we mogen komen eten en de hapjes lijken me heerlijk. Mijn mondhoeken krullen alweer wat naar boven en de rest van de avond wordt het alleen maar beter. Het personeel is ontzettend vriendelijk en goedgeluimd, het eten is heerlijk, de sfeer is aangenaam en als we om 20:00 - zonder ons gehaast te voelen - willen opstaan om af te rekenen, komt de ober naar ons toe om te zeggen dat er verderop nog een tafeltje vrijkomt waar we mogen gaan zitten als we nog een dessert willen.
Volgegeten rollen we naar buiten en lopen op ons gemak weer naar huis. Griekse gastvrijheid wint het voorlopig van de Italiaanse. Hier komen we de volgende keer de bloemetjes buiten zetten. En nu niet allen daarheen, hè, anders moeten we alsnog reserveren!

Mezze Café
Kerkstraat 3
2200 Herentals

dinsdag 24 mei 2011

Zoals het fornuis thuis piept...

Er is keihard gewerkt door lieve vrienden, familie en collega's. Er zijn muren schoongemaakt, plafonds en drempels afgeplakt, er is gewit, gegrijsd, geblauwd, gegeeld, gevanilled en gegroend, behangen, gevloekt en dozen versleept, heel veel dozen, maar de verhuisrompslomp is eindelijk grotendeels voorbij. Op een aantal plekken staan nog dozen, er moeten nog wat kasten in elkaar (de kwaliteit van de MeubelZweed laat zeer te wensen over!) en er liggen nog verfretouches te wachten, maar we zijn er, in ons nieuwe appartement ergens in de Kempen, waar we elke ochtend vrolijk door de haan uit bed worden gekraaid. En het zo stil is dat we de buurman aan de overkant zijn jampotje kunnen horen leegschrapen.

Maar wat is hij mooi, mijn nieuwe keuken, met zijn granieten blad, glimmende kookplaat en zeeën van bergruimte. Zijn fonkelende vloer, waar je bijna op uitglijdt als je op sokken loopt en waar vaat- en glaswerk genadeloos op kapot stuiteren. Zijn vaatwasser die ons echtelijke ruzies zal besparen zodat er weer energie is voor nieuwe issues. Zijn inbouwkoelkast die al voor eeuwig is ingewijd met een onverwijderbare kwak kwark onder de richel.

Het eerste gebakken eitje op zondagochtend was een uitdaging. Na al die jaren op gas - en een blauwe maandag op elektriciteit - te hebben gekookt, moest ik vroeg of laat toch met mijn tijd mee en aan de inductiekookplaat. En na ettelijke pogingen, die meer leken op een kampioenschap slowcooking (een heel goede oefening in geduld, vooral als je zwanger bent), begin ik toch aan mijn nieuwe fornuis te wennen. Het eitje op zondag maakt ondertussen het vertrouwde bakgeluid en ik ben in staat om binnen een halfuur een maaltijd op tafel te zetten in plaats van binnen en uur.

Maar helemaal vertrouwen doe ik het nog niet; het ziet er allemaal zo high tech en breekbaar uit, en de plaat slaat alarm, vooral als je er per ongeluk iets op zet. Tijdens de verhuizing had ik er angstvallig een dik stuk karton en een groot papier overheen gelegd met de woorden 'Kookplaat. Niet op staan!'. Ik zag het al helemaal voor me: een grote voet, een krakend geluid, een barst en dan een benepen 'Sorry!' en ik geen kookplaat meer, nog voordat ik een poging had kunnen wagen. Om de troepen toch tevreden te houden (ik hoop dat het is gelukt?!), sleepte ik elk weekend allerlei ingrediënten van het oude appartement naar het nieuwe, om daar gevulde broden te maken. Ik nam daarvoor van die heerlijke platte Marokkaanse broden en belegde ze met smos kaas, tonijnsalade met rucola en komkommer, ham met preischeuten, ham met tuinkruiden en mijn persoonlijke favoriet: hoummous met gegrilde courgette en aubergine met knoflookolie, tomaat en feta.

Het afscheid van de bakker van deze heerlijke broden, in de Provinciestraat in Antwerpen, op de hoek van de Somersstraat (laat die dure Kleinblatt maar lekker links liggen!), viel me zwaar. Ik werd zelfs wat emotioneel toen hij zoals altijd 'Tot ziens' zei en ik moest vertellen dat ik niet meer zou komen, omdat ik ging verhuizen; zo'n bakker moet ik hier nog maar zien te vinden. Gelukkig is er wel een 'good old' bakker om de hoek, die dan weer heerlijke kingsize Waldkornbroden en koffiekoeken verkoopt, een heimelijk genoegen voor zondagochtend, terwijl we op het ruime terras op onze nieuwe tuinset genieten van het zonnetje.

Antwerpen, ik ga je missen, met pijn in het hart, maar ik kan niet wachten om te ontdekken wat deze zomer voor ons in petto heeft!