The belly rules the mind. ~ Spanish Proverb
Posts tonen met het label Tirades. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tirades. Alle posts tonen

dinsdag 31 mei 2011

Zomaar een vrijdagavond

Een vrijdagavond in de lente, zo'n zonovergoten avond, net te fris om buiten te eten, maar toch zo mooi dat je wel naar buiten moet. Het is bijna sterker dan jezelf, de behoefte om te flaneren, de deur achter je dicht te trekken en jezelf spontaan te trakteren op een lui avondje in een restaurantje waar de obers alles doen om het je naar de zin te maken terwijl jij alleen maar hoeft te genieten.
Daar hadden wij afgelopen vrijdagavond ontzettend veel zin in. Ik had al een restaurantje op het oog, met de fraaie, uitnodigende naam Il Fiore, bij ons om de hoek, dus geen gedoe met parkeren of nog erger, fietsen over hobbelige straten. Rond een uur of 19:00 stappen we het restaurantje binnen, een paar tafeltjes zijn bezet, de rest staat leeg, met nog maagdelijk witte tafelkleden en blinkend bestek. Uit beleefdheid vragen we toch maar even of er plek voor twee is. Plek zat, maar zomaar ergens gaan zitten is nu ook weer zo wat. Bovendien, de eigenaar verspert ons al meteen de weg.
Met mijn vriendelijkste glimlach vraag ik of er plek is voor twee, maar dat we niet gereserveerd hebben. Het antwoord lijkt me overduidelijk, maar tot mijn stomme verbazing zegt hij: 'Nee, mevrouw, alles is bezet, de mensen komen allemaal zo.' Eerst denk ik dat hij een grapje maakt, niemand te zien in de verre omtrek en meer dan twee derde van de tafeltjes is nog leeg. Bijna wil ik gaan lachen, maar hij is blijkbaar bloedserieus. Zonder pardon worden we weggestuurd, er kan niet eens een excuus of een groet af.
Ik ontplof bijna; kun je in de Kempen nu ook al niet spontaan besluiten om op een vrijdagavond uit eten te gaan? Moet je zelfs hier reserveren? Dat kon me in Antwerpen al zo verschrikkelijk kwaad maken. Op zaterdag spontaan naar de Dageraadplaats gaan en een restaurantje binnenlopen was onmogelijk als je niet had gereserveerd. Van de gekken, moet je dan altijd een week (of meer) van tevoren bedenken dat je op zaterdagavond spontaan wel eens zin zou kunnen hebben om uit eten te gaan? Waarom houden restaurants daar geen rekening mee en reserveren ze geen tafels voor mensen die niet gereserveerd hebben? Snappen ze niet dat dit mensen boos maakt? Hongerige mensen afschepen, niet zo'n goed idee, wel? Een van de meest bekende Marokkaanse restaurants spande hierbij de kroon: als je drie weken van tevoren belde, was er nóg geen plaats. Zelfs Wagamama flikte het ons een keer: er waren nog zes plaatsen over, maar we mochten er niet zitten, want 'er zou wel eens een groep van zes mensen kunnen komen.' Wil je nú geld verdienen of heel misschien straks?
Zoiets kan grandioos mijn avond verpesten, en dus ook die van Lief die eerst mijn verontwaardigde getier en later mijn verongelijkte gemopper moet aanhoren. Het liefst maak ik dan rechtsomkeert naar huis om daar alsnog iets in elkaar te prutsen. Laat die restaurateurs de hip krijgen met hun arrogante gedrag! Sommigen laten hun bezoekers zelfs in shiften eten, zodat zij twee services op een avond kunnen draaien, hoezo financiële crisis?
Gelukkig ging het afgelopen vrijdagavond anders. Mopperend en foeterend liep ik achter Lief aan, de winkelstraat door, het immer bruisende marktplein op. Lief en ik zijn allebei uit principe niet geneigd om bij een restaurant op een markt te gaan zitten, maar we konden het misschien proberen in de Kerkstraat, bij het Mezze-Café? Even naar binnen gluren, ook daar is het enorm druk, en waar zit die ingang eigenlijk? En hebben ze wel zwanger-vriendelijke mezze? Nog steeds chagrijnig stuur ik Lief naar binnen om het - ongetwijfeld - slechte nieuws te vernemen. Ofwel is er geen plek, ofwel hebben ze alleen gevarenvoedsel ófwel allebei. Ondertussen blijf ik buiten wachten, me in gedachten al voorbereidend op Cup-a-Soup en afbakbroodjes met knakworst thuis.
Als Lief naar buiten komt, sta ik al in de houding om uit te varen, maar hij blijkt de kaart van het restaurantje bij zich te hebben, zodat ik kan kijken of er dingen zijn die ik niet kan eten. Er is namelijk plek, quelle surprise! We zullen wel een beetje door moeten eten, het is maar tot 20:00, maar we mogen komen eten en de hapjes lijken me heerlijk. Mijn mondhoeken krullen alweer wat naar boven en de rest van de avond wordt het alleen maar beter. Het personeel is ontzettend vriendelijk en goedgeluimd, het eten is heerlijk, de sfeer is aangenaam en als we om 20:00 - zonder ons gehaast te voelen - willen opstaan om af te rekenen, komt de ober naar ons toe om te zeggen dat er verderop nog een tafeltje vrijkomt waar we mogen gaan zitten als we nog een dessert willen.
Volgegeten rollen we naar buiten en lopen op ons gemak weer naar huis. Griekse gastvrijheid wint het voorlopig van de Italiaanse. Hier komen we de volgende keer de bloemetjes buiten zetten. En nu niet allen daarheen, hè, anders moeten we alsnog reserveren!

Mezze Café
Kerkstraat 3
2200 Herentals

dinsdag 5 april 2011

Nooit meer eten

Duizenden, zo niet miljoenen zwijmelende pubermeisjes met beugelbekkies en lichtgevende elastiekjes gingen me al voor en eindelijk ben ik ook gezwicht: ik heb mij de laatste paar weken mee laten voeren door de beroemde tienervampier- en weerwolfsaga van Stephenie Meyer. De schuchtere Bella en de nurkse vampier Edward, die haar met zijn scheve glimlach tot ongekende hoogten kan brengen, wisselen drie boeken lang smachtende blikken en kuise zoenen, vrijen elkaar op met uitdagende ruzietjes, fluisteren hees zachte woordjes en beloven voor eeuwig onafscheidelijk te blijven. De erotische spanning spat van de pagina's af. Voor tienermeisjes met gierende hormonen is dit waarschijnlijk niet te versmaden, maar leidt het nog ergens toe? Waar blijft de seks, de stomende, zwetende lijven die elkaar verslinden, slagtanden die in halzen bijten, de vampier met eeuwenlange ervaring die de blanke maagd verleidt? Of ben ik nu weer een pervert? En wat heeft dit trouwens met eten te maken?
Alles! Het draait allemaal om eten: Bella die elke avond als een brave surrograathuismoeder kookt voor haar vader en zelf 's ochtends een bakje laffe cornflakes naar binnen lepelt, de bijeenkomsten tijdens de lunchpauze op de middelbare school, weerwolven die dankbaar alles opschransen wat hun wordt voorgezet, wandeltochten met zelfgemaakte lunchpakketten en tieneruitjes die eindigen in de enige pizzeria van de stad. En dan de vampieren die niet eten (en dus niet menselijk zijn?) en bloed van wild jagen, hoewel ze hun tanden veel liever in een mals mensenhuidje zouden zetten. Honger en dorst, zin in meer, proeven, ruiken, voelen, eten met je ogen, handen, mond en lippen. Vleselijke lusten, verpakt in een meeslepend sprookje over eeuwige liefde en vriendschap. Allemaal leuk en aardig, maar wat ik dan toch niet snap: waarom heeft Bella zo'n haast om ook een vampirella te worden als dat betekent dat ze nooit meer gewoon zal eten? Wie wil dat nu zomaar opgeven en ruilen voor een mond vol haar en bloed van een stinkende eland of beer? Alleen maar vanwege het leeftijdsverschil? Nooit meer een goede bruine boterham met oude kaas en graanmosterd, pasta, chocoladetaart, een heerlijke steak, een mooi stukje vis, versgebakken brood met een zachtgekookt eitje... Wat een nachtmerrie!
Wakker worden, meiske, jouw marmeren Adonis is toch al ettelijke decennia ouder dan jij, wat maakt een paar decennia van jouw kant dan uit? Geniet nog van die heerlijke jaren waarin je alles kunt eten wat je wilt en je elke dag ontbijt op bed krijgt, totdat je als oude dame misschien op een dag genoeg hebt van het zoveelste taartje bij de thee. Dan weet je dat de tijd is gekomen dat je jonge god zijn tanden in jouw rimpelige velletje mag zetten en je eindelijk samen met hem de eeuwigheid tegemoet kunt lopen.

maandag 1 november 2010

De Groentenboeman en het Fruitspook

'Onze Lore eet geen groente, ze spuugt ze gewoon uit!' 'Ik ken een moeder die elke dag fruittaartjes bakt om haar kinderen toch maar fruit te laten eten.'

Als ik dat soort dingen hoor, valt mijn mond open tot aan mijn tenen, waarom lusten kinderen tegenwoordig niets meer? Oké, ik heb ook mijn voorkeuren; zo gruwel ik van erwtjes uit blik, omdat ik als kind een keer mijn bord niet leeg wilde eten en mijn ouders me net zo lang lieten zitten totdat ik het bord met kleffe, koude erwtjes wel leeg had gegeten. En mijn broertje presteerde het toen hij nog heel klein was om zijn sla alleen te eten nadat mijn moeder er vanillevla doorheen had geroerd. En ja, gekookte andijvie lijkt op snot.

Maar toch. Van onze ouders moesten wij alles proeven, en hoewel dat de ene keer beter verliep dan de andere, hebben wij nooit de groente- en fruitfobie opgelopen die momenteel gemeengoed schijnt te zijn. Veel kinderen lusten alleen tomaat, komkommer en een klein blaadje sla, appels zijn alleen goed als moes, broccoli en bloemkool lijken op hersenen en zijn dus eng, sinaasappels zijn zuur, wortelen zijn voor het paard van Sinterklaas en boontjes, wie lust er nu boontjes?! Het gaat zelfs al zo ver dat je regelmatig hoort 'Ik lust geen groente, dus...' Alsof 'geen groente lusten' betekent dat je dan geen enkele groente wilt eten alleen maar omdat het in die categorie valt! Dus als chocolade 'groente' had geheten was het ook niet lekker geweest? Of dan ineens wel?

Geen groente bij het diner, chips bij de lunch, want hé, aardappels zijn toch een soort groente? Maar we nemen ook geen ontbijt, want bruine boterhammen zijn goor, cornflakes worden zompig en die moeten in melk, gatver! Neem maar een ontbijtkoekje van Lu, met chocolade en suiker, en een glas sinaasappel uit een pak, dan kom je de ochtend wel door. Tussendoor een candybar, gooi je boterhammen weg, en thuis linea recta achter de XBox; Lara zal je wel gemist hebben.

De voedselindustrie springt hier handig op in: kaas en worst in Mickey Mousevorm, gemanipuleerd witbrood - dat eigenlijk bruin brood is, maar in een wit jasje - handige snack- en dipproducten met allerlei kunstmatige additieven en plastic verpakkingen waar niemand van wakker ligt. Snelheid, gemak en en hapklaarheid staan voorop, gezondheid haalt niet eens de top 10. En hoewel de gele M en de kruidenier die op de kleintjes let er van alles aan proberen te doen om mensen 'on the go' aan de groente en het fruit te krijgen - wortelballetjes en appelschijfjes bij het Happy Meal of op reis - zijn de groentenboeman en het fruitspook nog springlevend.

En wat is het jammer, er is zo veel keus, zo veel lekkers, zo veel verse producten die er om schreeuwen om met liefde klaargemaakt te worden. Misschien piep ik wel anders als ik zelf kinderen heb, maar ik zal ze zeker kennis laten maken met mevrouw Spruit, meneer Peer, madame Appel, monsieur Broccoli en hun hele familie. En ik beloof plechtig dat zelfs de gezusters Erwt en slijmerige oom Andijvie aan bod zullen komen.

maandag 20 september 2010

Daar liggen ze met zijn allen naar me te blinken, naar me te lonken met hun strakke lijfje, hun gladde velletje en hun parmantige steeltje dat schalks omhoog steekt. Felrood, geel, groen en oranje; de felle kleuren zetten mijn zintuigen op scherp. Ik betast ze, knijp in ze, streel ze bewonderend, ruik aan ze, vlij ze bijna liefdevol in mijn wagentje, bijna...
Deze verleidelijke loverboys en courtisanes zijn er bijna in geslaagd om met mij de pan in te duiken om daar met hun overheersende persoonlijkheid beslag te leggen op al mijn andere ingrediënten, ze te besmeuren met hun smaak en geur totdat er niets anders overblijft dan dat. Paprika.

De hele avond voelt mijn maag als een soort flipperkast waar de enzymen in mijn maag om het hardst proberen de paprika door mijn slokdarm omhoog te katapulteren. En het frustrerende is dat paprika tegenwoordig werkelijk overal in schijnt te zitten. Het is helemaal geïnfiltreerd in de volkskeuken, er niet meer uit weg te slaan. Was het vroeger nog een 'leuk kleuraccent', nu is het een vast bestanddeel geworden van salades, veggieburgers en wokgroenten en broodbeleg. Wat een afknapper om hongerig aan te willen vallen op een lekker uitziende tabouleh en dan te ontdekken dat er overal van die smerige rode of groene stukjes inzitten die de hele salade hebben doordrenkt met hun smaak zodat het ook geen zin meer heeft om ze eruit te vissen.

Maar het allerergste vind ik toch wel het gebrek aan fantasie van koks als het over vegetarische schotels gaat. 'Laten we eens gek doen en naast de courgette en champignons niet één, niet twee, maar drie kleuren paprika gebruiken in de vegetarische pastaschotel van vanavond, een gedurfd kleurenpalet!' Waarop ik dus tien minuten bezig ben om de stukken paprika over de rand van mijn bord te draperen of te verdelen onder mijn tafelgenoten en ik kale pasta overhoud met hier en daar een vochtig stukje courgette en een verdwaalde champignon uit blik. Weg eetlust.

Ooit heb ik eens een poging gedaan om een paprika te villen. Dan zou-ie beter te verteren zijn. Eerst blakeren in de gasvlam (het leukste gedeelte!) en dan in een met huishoudfolie bedekt schaaltje laten stoven totdat het velletje loslaat. En dan is-ie ineens niet meer zo stoer, de slappeling! Maar velletje afstaan, ho maar. Mijn handen en mes bedekt met plakkerige zwart/rode fliebertjes en witte pitjes. Rood sap onder mijn nagels en hardnekkige stukken vel die niet afgestroopt willen worden. En na al die moeite tot de ontdekking komen dat het ding nog hetzelfde smaakt, zelfs nog smeriger door het blakeren, en heus niet lichter verteerbaar.

Daarom mijn waarschuwing: Laat je niet verleiden door mooie kleuren, strakke velletjes en parmantige steeltjes. Het is een venijnig ding dat langzaam je leven binnensluipt en het op een dag overneemt. Stop nu het nog kan, er is leven na de paprika!

zaterdag 21 augustus 2010

Keukenfrustraties

Soms kan ik me echt kapot ergeren als ik in de keuken bezig ben. Mijn Lief hoort me dan vloeken en met de deurtjes slaan, terwijl ik het zoveelste stomme ongelukje - dat meestal te achterlijk is om na te vertellen - probeer weg te werken.

Ik vraag me vaak vertwijfeld af:

- Waarom zijn hersluitbare verpakkingen bij mij altijd direct kapot?
- Waarom trek ik altijd het lipje van een bakje yoghurt, een pak melk of sap kapot zodat ik met een mes moet gaan pielen om het alsnog open te krijgen, met morsen en vlekken als resultaat?
- Waarom lekt er altijd melk, sap, jam of sojasaus in de koelkast zodat ik alle besmeurde verpakkingen weer schoon kan maken?
- Waarom zitten zogenaamde 'vershoudverpakkingen' altijd in een driedubbele laag plastic?
- Waarom zit er altijd minstens één stuk ander keukengereedschap vast in het stuk gereedschap dat ik nodig heb als ik het snel even uit de bak wil pakken?
- Waarom valt er altijd wat tussen het fornuis en de koelkast of tussen het fornuis en het aanrecht op het moment dat er drie pannen op het vuur staan?
- Waarom wordt er door fabrikanten altijd witbrood afgebeeld bij een praatje over een 'gezond ontbijt'? Alsof twee witte boterhammen met een dikke laag Nutella en een glas sinaasappelsap uit een pak een goed ontbijt vormen!
- Waarom vergeet ik altijd het mesje van de keukenmachine in de bak te doen en kom ik daar pas achter als de bak al vol zit?
- Waarom lijkt de zwaartekracht in de keuken wel 200%?
- Waarom bakt mijn anti-aanbakpan toch aan?
- Waarom leer ik het nooit om ovenhandschoenen te dragen ook al heb ik me al 100 keer verbrand?
- Waarom snijd ik altijd in mijn nagels?
- Waarom stop ik mijn kastjes vol met onnodige spullen alleen maar vanwege het mooie etiket?
- Waarom valt de groente/het fruit dat ik aan het snijden ben altijd op de grond, ook al is het hele aanrecht vrij?
- Waarom valt het meel/de poedersuiker tijdens het zeven altijd naast de bak?


Waarom ben ik zo'n kluns in de keuken?

Zo, dat moest er even uit. Nu maar hopen dat er van mijn wederhelft zo'n zelfde post komt over zijn computerfrustraties...

dinsdag 3 augustus 2010

Waar Abraham de vis haalt

Vis is gezond, Omega 3 vetzuren zijn goed voor de mens, kijk maar naar de Japanners, die worden stokoud! Dan zwijgen we voor het gemak maar even over het hoge zelfmoordpercentage en grote aantal workaholics onder de Japanners en hun vreselijke visvangpraktijken cq. walvisjacht ten bate van de wetenschappelijke vooruitgang. Ja, de Japanse deeltjesversneller werkt op levertraan!

Toch is vis goed voor je, hoewel er een aantal mitsen en maren aan zijn verbonden. Niet iedere vis is verantwoord en je moet goed opletten waar hij is gevangen of gekweekt en óf hij is gevangen of gekweekt. Gelukkig bestaat hiervoor de viswijzer van de MSC. Een zeer goed initiatief, maar helaas nog niet echt praktisch in het dagelijks gebruik. Als ik bij de grote supermarktketens in België (die met de leeuw, die Franse en die met het oranje logo) een smakelijk stukje vis wil bemachtigen, zakken de moed en de eetlust me over het algemeen al in de schoenen. Sterker nog, ik kan me ontzettend opwinden over het gebrek aan hart voor de waren die er verkocht worden.

Bij de supermarkt met de leeuw, aan een van de drukste straten van Antwerpen, waar de dames en heren met pruiken en krullen wonen, koop ik meestal mijn vlees en vis. Al koekeloerend in de gezellig met TL-buizen verlichte toog probeer ik een keuze te maken uit het visaanbod. Nu lustte ik tot ongeveer drie jaar geleden helemaal geen vis, dus alles is betrekkelijk nieuw voor me. Ook daarom ben ik blij met de viswijzer, dat beperkt de keuze in ieder geval een beetje. Eigenlijk heb ik zin in een moot tonijn, of een mooi stukje zalm, maar bij de aanblik van de hele vissen met hun bloedoorlopen oogjes en slecht weggesneden ingewanden en de stukken gefileerde vis in het witte piepschuimen bakje, brengt me alweer aan het twijfelen. De vis lijkt er wel van een afstandje in gesmeten. 'Hé, Kevin, heb jij nog een stukkie van die geelvintonijn voor me? Ik kom nét niet aan de 400 gram.' En 'rats' daar wordt ergens een hoekje van een andere tonijn afgescheurd. 'Hé Dennis, kun je vangen?' En 'kwak', daar ligt het extra stukje tonijn in het bakje. Plastiekje erover, even schudden en ... oh, shit, het etiket nog! 'Zeg, Kevin, weet jij nog waar de tonijn vandaan komt?' En zo wordt er een etiket op de tonijn geplakt en het bakje in de koelvitrine gesmakt door een norse vulploegmedewerkster. En daar kom ik, in mijn tas grabbelend naar mijn viswijzer. Geen tonijn dan maar, want die is op de verkeerde plek gevangen en wie weet zijn er wel andere beesten in de netten blijven hangen. Een andere vis dan maar, biologische zalm? Ook niet, wegens niet te betalen. Het worden vegetarische tofureepjes, en ik druip af richting de veggieburgers.

Laatst in een restaurant, dat nota bene een biologische hamburger op het menu heeft staan, stelde ik de serveerster de vermetele vraag waar hun tonijn vandaan kwam. Of-ie wel MSC-verantwoord was. Dit wist ze niet, moest ze een beetje gegeneerd giechelend toegeven, maar ze zou het aan haar collega vragen. De collega, die meer interesse had in zijn eigen spiegelbeeld dan in zijn klanten, vond het mogelijk nog belachelijker dat ik het vroeg, maar hij wilde het dan toch wel even aan de kok vragen, als ik het zo nodig wilde weten. De kok wist het duidelijk ook niet, dus kwam de ober terug met de mededeling dat 'die tonijn echt wel niet had gezegd waar hij vandaan kwam' en dat hij het de volgende keer zeker wél zou weten. Lastige klant ben ik, zeg!

Gelukkig bestaan er sinds een tijdje echte duurzame vishandels in Europa, 'Fishes', die een groot assortiment MSC-gecertificeerde producten hebben, die je dus met een gerust hart kunt kopen zonder dat je er de visstand of de natuur mee benadeelt. De oprichter, Bart van Olphen, heeft samen met topkok Tim Kime een boek geschreven over verschillende ondernemingen over de hele wereld die zich inzetten voor het behoud van de visstand en milieuvriendelijke vismethoden. Of het nu gaat om zalm, schol, mosselen, tong, tonijn, kabeljauw of schelvis, de vissers werken stuk voor stuk keihard voor een verantwoorde vangst om overbevissing tegen te gaan.

Het boek is geïllustreerd met mooie actiefoto's en indrukwekkende natuurbeelden en naast de persoonlijke verhalen van de vissers bevat het boek ook een heel aantal smakelijke recepten, natuurlijk met verantwoorde vis. Ook aan vis-leken zoals ik is gedacht. Achterin staan tips voor het kopen van vis en het schoonmaken, fileren en stropen. Uit het hele boek spreekt liefde voor de producten, hart voor de natuur en de planeet. Zo kan het dus ook.



Het fishes kookboek
Bart van Olphen & Tom Kime
Fontaine Uitgevers
ISBN 978-90-5956-324-7