Bij de man voor me in de rij bij de kassa gisteren stond 's avonds duidelijk spaghetti bolognese op het menu: bosje peterselie, blikjes tomatenpulp, schaaltje gehakt, worteltjes, bosje selderij, zakje geraspte kaas... en een pak spaghetti, dat hij nog bijna vergat en nog snel even uit het pastarayon griste terwijl hij stond te wachten (de kassière was ook verschrikkelijk sloom, de band liep bijna achteruit!). Het lag op het puntje van mijn tong om te zeggen: 'Zo, lekker spaghetti bolognese vanavond?' Ik had al wat oogcontact proberen te maken, wat geglimlacht, maar het moment was voorbij voordat ik er erg in had en stond hij de boodschappen al in zijn rugzak te laden.
Het blijft ook wat gluren bij de buren, een soort grens van privé en publiek die je eigenlijk niet mag overschrijden. Je kijkt in het mandje van de persoon achter je of voor je en fantaseert zelf een maaltijd in elkaar. Een praatje aanknopen over de boodschappen en vermeende maaltijd lijkt wel 'not done'. Het is natuurlijk een blijk van onbeschaamd gluren als je ineens begint over de artikelen in het mandje of wagentje en de persoon in kwestie het hemd van het lijf vraagt over zijn maaltijdplannen voor die avond. En misschien lag er wel een gênant tijdschrift onderin, een Dag Allemaal of zo, of een Story, of een Men's Health of een Beau Monde en heb ik hem/haar betrapt op een heimelijk genoegen. Maar wat maakt mij dat uit: een maaltijd met een halve liter Ben & Jerry's Oatmeal Cookie Dough en de Beau Monde is ook een maaltijd!
En soms ben ik zo nieuwsgierig! Zo stond er laatst een meneer achter me die vijf kilopakken keukenzout en drie potten ricotta op de band laadde. Had hij zijn eigen kaasmakerijtje thuis of had zijn vrouw hem opdracht gegeven om de voorraadkast bij te vullen of werd er een soort reuzenricottabrood gebakken voor een of andere Joodse feestdag? Ik wilde het hem zo graag vragen, maar ook toen leek het ongepast, waardoor ik nu dus na een paar maanden nog steeds niet weet waar al die pakken zout en potten ricotta voor waren...
Laat ik het omdraaien: zou ík het leuk vinden als iemand mijn boodschappen zou analyseren en alvast een maaltijd voor mij in elkaar zou draaien? Om heel eerlijk te zijn: niet altijd, het ligt ook een beetje aan mijn stemming. Maar meestal sla ik een praatje over eten niet af; tips en recepten uitwisselen en praten over een van mijn favoriete onderwerpen... Ik vind sowieso dat er meer over eten gepraat zou mogen worden, niet alleen in de supermarkt, maar ook in de trein, metro, bus, tram en op het werk. En mensen mogen best in mijn mandje of wagentje gluren en me vragen wat ik van plan ben met die ingrediënten. Maar niet te vaak, hè, ik heb ook mijn heimelijke genoegens!
The belly rules the mind. ~ Spanish Proverb
maandag 24 januari 2011
dinsdag 4 januari 2011
Van een koude Kerstmis thuiskomen
Daar zit je dan, met je foodie-aspiraties, bomvol ideeën voor hoogdravende teksten over het kerst-vrede-op-aarde thema, vriendschap, samen eten en hoe mooi de wereld wel niet is als je met zijn allen rond de tafel van een goede maaltijd geniet. Allemaal van tevoren uitgedacht, het moest alleen nog op 'papier' gezet worden, met een paar leuke foto's erbij.
Het liep alleen even anders dan gedacht. Het kerstdiner en de kerstlunch bij de schoonouders en ouders was erg gezellig, het winterweer sfeervol, maar mijn maag wilde niet meewerken. In plaats van zich te verheugen op smakelijke hapjes en zoete lekkernijen, liet hij me duidelijk voelen dat hij niet van dit soort giebelegeintjes gediend was. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Zelfs chocolade kon hem niet meer bekoren, en dan is het erg.
Dus in plaats van met uitgebreide maaltijden en proeverijen, mocht ik hem slechts mondjesmaat tevreden stellen met fruit, yoghurt, sla, stukjes brood, af en toe wat vlees en beschuiten. Dit heeft hem wat tot bedaren gebracht, maar helemaal de oude is hij nog niet.
Zodra ik het rommelende monster onder controle heb, verdere berichten, maar voor nu in ieder geval nog een keer:
De allerbeste wensen voor 2011!
Het liep alleen even anders dan gedacht. Het kerstdiner en de kerstlunch bij de schoonouders en ouders was erg gezellig, het winterweer sfeervol, maar mijn maag wilde niet meewerken. In plaats van zich te verheugen op smakelijke hapjes en zoete lekkernijen, liet hij me duidelijk voelen dat hij niet van dit soort giebelegeintjes gediend was. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Zelfs chocolade kon hem niet meer bekoren, en dan is het erg.
Dus in plaats van met uitgebreide maaltijden en proeverijen, mocht ik hem slechts mondjesmaat tevreden stellen met fruit, yoghurt, sla, stukjes brood, af en toe wat vlees en beschuiten. Dit heeft hem wat tot bedaren gebracht, maar helemaal de oude is hij nog niet.
Zodra ik het rommelende monster onder controle heb, verdere berichten, maar voor nu in ieder geval nog een keer:
De allerbeste wensen voor 2011!
maandag 13 december 2010
Braaf visje
Sinds twee weken volg ik een cursus culinaire fotografie, gegeven door specialist Frank Croes. Afgelopen zaterdag mochten we zelf aan de slag met lichten, softboxen (of in het geval van mijn partner en mij een geïmproviseerde softbox met een lamp en een wit scherm aan een wiebelig verlengsnoer) een stuk piepschuim, een vers stukje hele brave vis en een Porsche-mes. Het fototoestel wilde niet meewerken, maar dat krijg je als je stoer wilt doen en niet durft aan te komen met je kleine zeegroene pocketcamera'tje. Ondanks de geduldige uitleg van Lief en mijn geestdriftige aantekeningen duurde het oncomfortabel lang om de diafragmaopening en sluitertijd aan te passen. Gelukkig had mijn fotografeerpartner vroeger zo'n zelfde camera en toverde ze flux alle instellingen op hun plaats terwijl ik met rode wangetjes gegeneerd toekeek. Hieronder een impressie van de resultaten!
maandag 6 december 2010
Sappige oranje jubelteentjes
Als de geur van vorst en brandend hout met scherpe frisheid mijn neus prikkelt gaat er ergens in mijn hoofd een deurtje wagenwijd open en word ik meegesleurd naar de geuren van mijn kindertijd. Vol weemoed denk ik terug aan de intocht van Sinterklaas, in opperste staat van spanning opgekruld op de bank zitten en volledig opgaan in het verhaal van vermiste pakjes, verdwaalde boten en Aart Staartjes. De allereerste avond mijn schoen zetten, Sinterklaasliedjes expres verkeerd zingen, de periode voor pakjesavond waarin de sfeer altijd een paar graden warmer was en de kou me niet leek te deren. De rommelpiet die op school alle laatjes en meubeltjes overhoop had gegooid en voor alle kinderen een cadeautje en mandarijntjes achter had gelaten. Pakjesavond zelf, oergezellig, een traditie waar iedereen elkaar liefdevol plaagde met gedichten en surprises en daarna prettig voldaan naar bed ging. En dan de dag daarna, als ik mijn cadeautjes mocht meenemen naar school om ze trots te laten zien aan mijn vriendinnetjes. Niet dat zij oog hadden voor mijn sprookjesboek of voor de prachtige tekeningen die er in stonden, want zij hadden de nieuwste Barbie en My Little Pony met glitterhaar dat je echt kon kammen.
En mandarijntjes. Zonder mandarijntjes geen december. En onlosmakelijk verbonden met Sinterklaas. Wie zegt dat die appeltjes van oranje sinaasappels zijn? Het zijn mandarijntjes! In deze periode zijn ze op hun best, met een bitter schilletje dat zich niet zomaar gewonnen geeft (hoewel ik ooit een docent geschiedenis had die mandarijnen met schil en al verschalkte) met daaronder een rozet van oranje jubelteentjes die knus tegen elkaar aan zitten. Een sappig zuigend geluid als je de teentjes van elkaar haalt. Zoetzurig in je mond, zacht, maar toch iets om in te bijten. Heerlijk snackfruit waar je van kunt blijven eten. En wat een geluk, het is pas begin december, ik mag nog een hele maand, én een beetje, tot Driekoningen natuurlijk, en dan is het 'Dag jubelteentjes, dahag, dahag, mandarijn!'
En mandarijntjes. Zonder mandarijntjes geen december. En onlosmakelijk verbonden met Sinterklaas. Wie zegt dat die appeltjes van oranje sinaasappels zijn? Het zijn mandarijntjes! In deze periode zijn ze op hun best, met een bitter schilletje dat zich niet zomaar gewonnen geeft (hoewel ik ooit een docent geschiedenis had die mandarijnen met schil en al verschalkte) met daaronder een rozet van oranje jubelteentjes die knus tegen elkaar aan zitten. Een sappig zuigend geluid als je de teentjes van elkaar haalt. Zoetzurig in je mond, zacht, maar toch iets om in te bijten. Heerlijk snackfruit waar je van kunt blijven eten. En wat een geluk, het is pas begin december, ik mag nog een hele maand, én een beetje, tot Driekoningen natuurlijk, en dan is het 'Dag jubelteentjes, dahag, dahag, mandarijn!'
Labels:
Herinneringen
maandag 29 november 2010
Eén prikje maar, het doet geen pijn
Naalden, gatver, de gedachte alleen al geeft me hartkloppingen en zand in mijn knieholten. Zodra die naald op het punt staat om mijn bovenste huidlaag te doorboren, begin ik te wiebelen en te zweten en laat zelfs de kleur in mijn lippen het afweten. Mijn hele lichaam gaat op 'weigermodus' of slaat soms gewoonweg af, zoals dat een keer het geval was in het Tropisch Instituut waar ik me moest laten vaccineren tegen smakelijke reisziektes zoals buiktyfus en gele koorts, hoewel dat misschien ook lag aan de geweldige zweetgeur die de dienstdoende arts verspreidde in zijn kotje zonder ramen. Terwijl hij ons onvermoeibaar over de beperkte verkrijgbaarheid van het rabiësvaccin bleef onderrichten, ging mijn kaarsje uit en de sterrenhemel aan.
Op TV zap ik ook steevast weg als er ook maar een glimp van een naald in beeld komt - Trainspotting is zoals je begrijpt ook niet mijn favoriete film - maar de laatste tijd ben ik ongelofelijk genoeg helemaal verslingerd aan de tattooprogramma's van Discovery Travel en Living. Gebiologeerd zit ik aan de TV gekluisterd terwijl de stoere gozers en chicks van LA en Miami Ink de mooiste kunstwerken op armen, benen, ruggen en voeten tevoorschijn toveren en vandaag zag ik een van de stoerste tattoos ooit: een food tattoo! De vriendin van een chefkok liet een slagersmes met een vork en een lepel op haar zij zetten. Niet dat ik dat ooit zou durven, ik ben veel te schijterig, niet alleen voor die naald, maar ook voor het idee dat ik voor altijd met een soort drietand, vikinghellebaard en kolenschop op mijn lijf moet rondlopen.
De eerste keer dat ik een 'foodtattoo' in levende lijve zag, was op de arm van een collega van mijn zwager, die uit liefde voor zijn afkomst een prei had laten tatoeëren, het symbool voor Wales. Tegenwoordig is het blijkbaar een rage en hoewel de meeste koks, zelfs die van de chique restaurants, tattoos hebben (Anthony Bourdain!) vind ik het toch ongelofelijk wat sommige mensen op hun 'canvas' laten zetten: spuuglelijke, felgekleurde cupcakes met doodskopjes, blikken Campbell's soep, kreeften, pizza's, spaghetti... Zelfs hele groenten- en fruitmanden, een bacchanaal waardig. Hoe ver heen moet je zijn om een hamburger bij een tattooshop te bestellen in plaats van bij de gele M? Of een lap bacon als 'armband' te laten tatoeëren?
Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen tattoos, ik vind ze over het algemeen cool en stoer, mooi ook, maar hoe gek ik ook ben op eten, zoetigheid, thee etcetera, toch kun je me niet zo gek krijgen om die liefde te vereeuwigen op mijn huid. Bovendien moet ik er niet aan denken dat ik op mijn 65e ergens onder een vetrolletje nog een tattoo terugvind. Nee, echt niet, geen prikkende naaldjes in mijn poezelige blanke velletje, zelfs niet als mijn kaarsje uit is!
Wat bezielde deze man eigenlijk? Nu maar hopen dat hij een paar mooie petten in huis heeft voor het geval zijn haar niet wil groeien...

Photograph: Peter Byrne/PA via The Guardian
Op TV zap ik ook steevast weg als er ook maar een glimp van een naald in beeld komt - Trainspotting is zoals je begrijpt ook niet mijn favoriete film - maar de laatste tijd ben ik ongelofelijk genoeg helemaal verslingerd aan de tattooprogramma's van Discovery Travel en Living. Gebiologeerd zit ik aan de TV gekluisterd terwijl de stoere gozers en chicks van LA en Miami Ink de mooiste kunstwerken op armen, benen, ruggen en voeten tevoorschijn toveren en vandaag zag ik een van de stoerste tattoos ooit: een food tattoo! De vriendin van een chefkok liet een slagersmes met een vork en een lepel op haar zij zetten. Niet dat ik dat ooit zou durven, ik ben veel te schijterig, niet alleen voor die naald, maar ook voor het idee dat ik voor altijd met een soort drietand, vikinghellebaard en kolenschop op mijn lijf moet rondlopen.
De eerste keer dat ik een 'foodtattoo' in levende lijve zag, was op de arm van een collega van mijn zwager, die uit liefde voor zijn afkomst een prei had laten tatoeëren, het symbool voor Wales. Tegenwoordig is het blijkbaar een rage en hoewel de meeste koks, zelfs die van de chique restaurants, tattoos hebben (Anthony Bourdain!) vind ik het toch ongelofelijk wat sommige mensen op hun 'canvas' laten zetten: spuuglelijke, felgekleurde cupcakes met doodskopjes, blikken Campbell's soep, kreeften, pizza's, spaghetti... Zelfs hele groenten- en fruitmanden, een bacchanaal waardig. Hoe ver heen moet je zijn om een hamburger bij een tattooshop te bestellen in plaats van bij de gele M? Of een lap bacon als 'armband' te laten tatoeëren?
Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen tattoos, ik vind ze over het algemeen cool en stoer, mooi ook, maar hoe gek ik ook ben op eten, zoetigheid, thee etcetera, toch kun je me niet zo gek krijgen om die liefde te vereeuwigen op mijn huid. Bovendien moet ik er niet aan denken dat ik op mijn 65e ergens onder een vetrolletje nog een tattoo terugvind. Nee, echt niet, geen prikkende naaldjes in mijn poezelige blanke velletje, zelfs niet als mijn kaarsje uit is!
Wat bezielde deze man eigenlijk? Nu maar hopen dat hij een paar mooie petten in huis heeft voor het geval zijn haar niet wil groeien...

Photograph: Peter Byrne/PA via The Guardian
Labels:
Opinie-achtig
maandag 22 november 2010
Wallraf-Richartz-soep
Augustus een paar jaar geleden, Lief en ik, bijna student-af, reizen met een goedkoop ticket met de Thalys naar Keulen voor een low budget stedentrip. Het vooral niet sfeervolle hotel is ook studentenbudget en heeft voor ons de pikdonkere 'suite' op de zolder gereserveerd. 's Ochtends worden we tijdens het ontbijt wakker gefiedeld door 'Contemporary popular music in violin' en 's nachts word ik wakker gekriebeld door sprinkhanenpoten die over mijn arm kruipen. Erg romantisch dus, en tot overmaat van ramp ligt er een verkoudheid op de loer die haar slijmerige vingertjes niet van me kan afhouden. Al snotterend loop ik met een zakdoek in de ene hand en de hand van Lief in de andere door de regenachtige stad totdat de zonnestralen door de wolken breken en een beetje warmte brengen in de grauwheid.
Na de zoveelste regenbui zoeken we ons heil in het Wallraf-Richartzmuseum. Lief wil de kunstwerken echt bekijken, ik wil alleen een droge plek waar er niet om de haverklap een druppel aan mijn neus hangt, of die nu van de regen komt of niet. We lunchen in het museumcafé met een hartverwarmende wortel-gembersoep die de strijd aangaat met de verkoudheid in mijn luchtwegen. Heerlijk. Sindsdien maak ik deze zachte, pittige soep regelmatig en elke keer weer geniet ik van de troostrijke warmte die bij elke hap door mijn lijf stroomt.
Het oorspronkelijke recept is alleen met wortel en gember, maar het is ook erg lekker om er een scheutje kokosmelk aan toe te voegen, een Djeroek Poeroetblaadje (limoenblad) of een snufje Ras-el-Hanout en bijvoorbeeld een deel van de wortelen te vervangen door zoete aardappel en/of pompoen.
Voor 2 personen:
Ongeveer 700 gram wortelen (4 of 5 grote)
1 liter groentenbouillon
Stukje gember van ongeveer 2,5 cm, geraspt of fijngehakt
2 teentjes knoflook, geraspt of gesnipperd
1 ui, gesnipperd
Laurierblaadje
Zout
Peper
Evt. snufje komijn
Evt. 1/4 theelepel chiliflakes
Schrap de wortelen en snijd ze in schijfjes. Doe een scheutje olie in een soeppan en fruit de ui, knoflook en gember licht aan. Voeg op dit moment de komijn en chiliflakes toe en fruit eventjes mee. Als de uitjes en knoflook zacht zijn, maar nog geen kleur hebben, de schijfjes wortel en het laurierblad toevoegen, even meebakken en daarna afblussen met de bouillon. De groenten in de bouillon laten koken tot ze zacht zijn en daarna de soep pureren (vergeet niet om eerst het laurierblaadje eruit te halen!) en op smaak brengen met zout en peper.
Na de zoveelste regenbui zoeken we ons heil in het Wallraf-Richartzmuseum. Lief wil de kunstwerken echt bekijken, ik wil alleen een droge plek waar er niet om de haverklap een druppel aan mijn neus hangt, of die nu van de regen komt of niet. We lunchen in het museumcafé met een hartverwarmende wortel-gembersoep die de strijd aangaat met de verkoudheid in mijn luchtwegen. Heerlijk. Sindsdien maak ik deze zachte, pittige soep regelmatig en elke keer weer geniet ik van de troostrijke warmte die bij elke hap door mijn lijf stroomt.
Het oorspronkelijke recept is alleen met wortel en gember, maar het is ook erg lekker om er een scheutje kokosmelk aan toe te voegen, een Djeroek Poeroetblaadje (limoenblad) of een snufje Ras-el-Hanout en bijvoorbeeld een deel van de wortelen te vervangen door zoete aardappel en/of pompoen.
Voor 2 personen:
Ongeveer 700 gram wortelen (4 of 5 grote)
1 liter groentenbouillon
Stukje gember van ongeveer 2,5 cm, geraspt of fijngehakt
2 teentjes knoflook, geraspt of gesnipperd
1 ui, gesnipperd
Laurierblaadje
Zout
Peper
Evt. snufje komijn
Evt. 1/4 theelepel chiliflakes
Schrap de wortelen en snijd ze in schijfjes. Doe een scheutje olie in een soeppan en fruit de ui, knoflook en gember licht aan. Voeg op dit moment de komijn en chiliflakes toe en fruit eventjes mee. Als de uitjes en knoflook zacht zijn, maar nog geen kleur hebben, de schijfjes wortel en het laurierblad toevoegen, even meebakken en daarna afblussen met de bouillon. De groenten in de bouillon laten koken tot ze zacht zijn en daarna de soep pureren (vergeet niet om eerst het laurierblaadje eruit te halen!) en op smaak brengen met zout en peper.
zaterdag 13 november 2010
Die Leiden des jungen Prinzes
Het heeft niet mogen baten, het heeft niet mogen zijn. Na een wekenlange strijd heeft hij het opgegeven. Achteraf gezien ging het al langer niet goed met hem, hij had geen eetlust, hield geen vocht binnen en spuugde alles uit.
Ik dacht dat hij eenzaam was en kocht wat vrienden voor hem: Bieslook, Oost-Indische kers en Rozemarijn. Hij kon ook wel wat vakantie gebruiken, dacht ik, en stuurde hem samen met zijn vrienden uit logeren naar landelijk gebied, waar ze naar hartenlust konden genieten en ontspannen. Hij kreeg zelfs een nieuw onderkomen, verhuisde van zijn zakje naar een ruimer mandje, werd gekoesterd en in de zon gezet, maar het was al te laat. De slechte invloed van zijn vrienden, die steeds meer dronken, zich niet meer wasten en tot slot onder het ongedierte kwamen te zitten en stierven, bleek al onderhuids te sluimeren.
De koude dagen en de natte grauwheid maakten dat hij zich nog eenzamer voelde, onbegrepen, in de steek gelaten door zijn vrienden. De traumatische ervaringen van de afgelopen maanden bleven door zijn hoofd spoken waardoor hij steeds dieper wegzakte, niet meer in staat om te eten of drinken. Ik deed een laatste poging om zijn pijn wat te verzachten, zette een altijd vrolijk vetplantje naast hem, in de hoop dat hij zich daar wat aan op zou trekken. Maar het guitige gekwebbel deed hem alleen maar meer in zijn schulp kruipen. Lusteloos liet hij zijn steeltjes hangen, deed zijn best niet meer om zijn groene blaadjes te verzorgen en te laten schitteren zodat ze uiteindelijk verdorden, reddeloos verloren.
Het sprookje is voorbij, de kleine prins is niet meer. We zullen hem missen.

P.S. Ja, ik heb ook gemerkt dat het raam vies is!
Ik dacht dat hij eenzaam was en kocht wat vrienden voor hem: Bieslook, Oost-Indische kers en Rozemarijn. Hij kon ook wel wat vakantie gebruiken, dacht ik, en stuurde hem samen met zijn vrienden uit logeren naar landelijk gebied, waar ze naar hartenlust konden genieten en ontspannen. Hij kreeg zelfs een nieuw onderkomen, verhuisde van zijn zakje naar een ruimer mandje, werd gekoesterd en in de zon gezet, maar het was al te laat. De slechte invloed van zijn vrienden, die steeds meer dronken, zich niet meer wasten en tot slot onder het ongedierte kwamen te zitten en stierven, bleek al onderhuids te sluimeren.
De koude dagen en de natte grauwheid maakten dat hij zich nog eenzamer voelde, onbegrepen, in de steek gelaten door zijn vrienden. De traumatische ervaringen van de afgelopen maanden bleven door zijn hoofd spoken waardoor hij steeds dieper wegzakte, niet meer in staat om te eten of drinken. Ik deed een laatste poging om zijn pijn wat te verzachten, zette een altijd vrolijk vetplantje naast hem, in de hoop dat hij zich daar wat aan op zou trekken. Maar het guitige gekwebbel deed hem alleen maar meer in zijn schulp kruipen. Lusteloos liet hij zijn steeltjes hangen, deed zijn best niet meer om zijn groene blaadjes te verzorgen en te laten schitteren zodat ze uiteindelijk verdorden, reddeloos verloren.
Het sprookje is voorbij, de kleine prins is niet meer. We zullen hem missen.

P.S. Ja, ik heb ook gemerkt dat het raam vies is!
Abonneren op:
Posts (Atom)